Twefieldse jaar geleden sprak ik op Have A Nice Day Manfred Geisink, oprichter en mede-eigenaar van Maph Events. Hij vertelde dat hij een festival wilde organiseren als eerbetoon aan zijn goede vriend Bjorn, die niet lang daarvoor was overleden aan kanker. Ik vond het een mooi idee en verwachtte een kleinschalig dancefeestje in een bos, voor mensen die Bjorn goed gekend hadden.

In november vroeg hij me aan te schuiven in een brainstorm. Toen bleek dat het feestje een grootschalig festival aan het worden was. Ze hadden al grote sponsoren, grote namen en grote podia, maar als merk hadden ze nog niks. Manfred wist alleen zeker dat het “The Sky Is The Limit” moest gaan heten, omdat dat het levensmotto van Bjorn was. Ik begreep zijn gedachte, maar zei ook dat je zo’n naam nooit kunt waarmaken bij een eerste editie. Ik organiseerde een brandingsessie met input van iedereen die intern betrokken was. Daaruit kwam dat de essentie van het merk vriendschap is. Dat zijn we gaan doorvertalen naar wat die belofte dan betekent voor alles wat je doet. Op basis van de merkessentie, in combinatie met verhalen van Manfred over Bjorn, zijn we een naam gaan ontwikkelen. Het werd unaniem “Fields of Joy”. Tijdens het festival kwam ik Manfred tegen. Ik vroeg hem hoe hij dacht dat Bjorn het zou vinden. Manfred grijnsde van oor tot oor en zei dat hij zich geen mooier eerbetoon had kunnen wensen.

Afgelopen zaterdag was ik bij de tweede editie. Alles wat het merk belooft, maakten ze waar. Tickets kostten maar €29. De parkeerbeheerders wensten bezoekers met een grote glimlach een fijne dag. Bij de kassa bleek iets mis te zijn gegaan met mijn vrijkaarten, dus het meisje achter de balie bood haar excuses aan en vroeg of we even wilden meelopen naar een andere balie. De beveiligers bij de tassencontrole waren de vriendelijkste ooit. Toen Manfred hoorde dat er iets was misgegaan, ging hij mijn toegezegde munten persoonlijk voor me ophalen.

Meer weten over branding? Bekijk onze gerelateerde merkopleidingen

Overal op het terrein stonden blije en vriendelijke bordjes met handgeschilderde teksten. Het zag eruit als een feestje bij een fijne strandtent, met gekleurde vlaggetjes, toffe Local Sunday Market kraampjes, hangmatten, camp-achtige sfeerverlichting en strandjes. De routing was duidelijk. Er waren genoeg toiletten, ze waren nog best schoon ook en wie echt lekker wilde plassen, kon zelfs een privé Dixie huren, inclusief bloemengeur en tijdschriften.

De line-up was gevarieerd, van Typhoon tot beginnende singer/songwriters en van minimal tot punk. Deze editie zat de aantrekkingskracht voor mij niet zozeer in de muziek, maar ik heb me wel kapot gelachen om losgaande vijftigers die dronken “No (12x), there’s no limit” meeschreeuwden, ik voelde me zowaar thuis tussen de paar extatische pubers die de boomhut hadden ontdekt, keek vol ontzag naar de breakdance battle en was positief verrast over het relaxte, aardige publiek, waar ook nog eens amper een hipster te bekennen was. De sfeer was te gek. Op de meeste festivals vind ik het juist fijn dat ik niemand ken en nieuwe mensen ontmoet, maar Fields of Joy voelt klein, lokaal en op een charmante manier vertrouwd. Dat de podia en tenten wat verder van elkaar af lagen, vond ik fijn, omdat je dan veel leuke mensen tegenkomt. Alsof je naar een schoolreünie gaat, maar dan tof.

Letterlijk iedereen die een Fields of Joy shirt droeg was heel vriendelijk. Ook naar elkaar. En als ik terugdenk aan het eten, loopt het water me in de mond. Zelfs dát was vriendelijk. Biologisch, goede kwaliteit, redelijke prijzen en in elke foodtruck mensen die zichtbaar blij en bevlogen met hun werk bezig waren. De locatie is beeldschoon, met bos en strand en water en vooral ruimte. Veel ruimte. Om te liggen, zwemmen, voetballen, eten, drinken, praten, niet praten, kijken. Velden van plezier. Hoe groot ze ook nog mogen worden, ik vind ze het vriendelijkste festival van Nederland. En nu al een sterk merk. Met een goedkeurend knikje van Bjorn.

Lees meer over branding of ga naar gerelateerde merkopleiding.